Reisverslag: Pirin Nationaal Park – Bulgarije – augustus 2021

Reisverslag: Pirin Nationaal Park – Bulgarije – augustus 2021

Trektocht door het Pirin National Park

Het Pirin gebergte spreekt tot de verbeelding met beren, wolven, schildpadden, kale toppen, duizenden meren en de meest zuidelijk gelegen gletsjer van Europa. Bulgarije klonk ons dan ook vrij exotisch in de oren en we vonden het best lastig een realistische voorstelling te maken van wat we echt tegen zouden komen. Op zoek naar meer informatie hebben we veel over het internet gescrolled, maar ook de lokale toeristenbureaus daar benaderd. De antwoorden waren niet altijd waar we op hoopten, vooral de actuele contactinformatie van de hutten was lastig te achterhalen. Gelukkig heeft het land veel moois te bieden en zijn ook de ongemakken mooie herinneringen geworden.

Een bijzonder verrassend gebied

De foto’s spreken voor zich: het is er prachtig en ook elke dag weer anders! Dat is ons qua landschap het meest bijgebleven. Daarnaast vonden wij het heel bijzonder om een nieuwe cultuur te leren kennen: communiceren met handen en voeten, maar ook stilstaan bij wat voor ons ‘normaal’ is geworden qua slaapcomfort en sanitaire voorzieningen. 

Het landschap: van hoog alpien naar mediterraanse sferen

In het noorden is er meer kalk en graniet en in het zuiden weer zandsteen; en hoger op de berg is er een alpien klimaat, terwijl je je in het zuiden echt waant onder de brandende mediterrane zon. Deze uiteenlopende klimaatzones en ondergronden zorgen voor veel variatie in flora en fauna. Tijdens de klim vanuit het dal loop je dan ook door verschillende vegetatiezones; van loofbomen, naar sparren- en dennenbos en vervolgens via dwergsparren en jeneverbessen naar de meer kale hoog alpiene zone.

De route: blokken, bos en bloemen - en heel veel gletsjermeren

Per dag maak je veel hoogtemeters; zo loop je ’s morgens vaak tussen de bomen of koeien, klim je door rotsig blokkenterrein omhoog en heb je vanaf de bergpas een weids uitzicht over de omliggende bergen. Daarna gaat de tocht weer naar beneden via een mooi meer met allemaal bloemen om ’s middags op het terras van de hut weer uit te kijken over de bossen en stromende beken. Zo’n grote verscheidenheid aan natuurlijke landschappen op een dag en ook door de tocht heen, kom je in de Alpen eigenlijk bijna niet tegen.

Oversteken van een sneeuwveldje
Wilgenroosjes

Geel, rood, groen en blauw – de bergen staan vol kleurrijke routemarkeringen

Je zou misschien denken van niet, maar wandeltechnisch is het Pirin gebergte echt heel goed ontwikkeld. Er zijn voldoende hutten (bivakken mag absoluut niet) en de wandelroutes zijn uitstekend gemarkeerd. Je kan een kaart van het gebied kopen, al moet je niet dezelfde precisie als van IGN, AV of Zwitserse kaarten verwachten. Op de kaart staan wel de verschillende wandelroutes in kleur aangegeven en die routekleuren corresponderen ook met de kleuren van de markeringen in het terrein; de ‘rode route’ heeft een rode markering en de ‘gele route’ een gele markering. Zo kom je verschillende kleuren tegen: rood, blauw, groen, oranje, geel. De paden zijn vrij goed onderhouden en op een enkele keer na is de route makkelijk te volgen.

De charme van de Bulgaarse hutten

Hoe zouden de hutten en diens voorzieningen zijn? Via blogs hadden we vernomen dat de hutten zeer spartaans zouden zijn met paardendekens als matras… Wat je in ieder geval niet moet doen is de Bulgaarse hutten vergelijken met de zeer luxueuze Oostenrijkse berghotels. Toch hebben ze zeker hun charme. En ik moet zeggen: als je je op het ergste instelt, dan valt het reuze mee.

De hutten zijn grotendeels best ok. De bouwsels komen misschien niet overal door onze bouwtechnische keuringen, ook de afwerking is niet overal toptop en daarnaast zijn de ‘toiletten’ (vaak een bijgebouwde voorziening boven een beek) niet altijd even schoon of functionerend. Maar er waren wel degelijk matrassen, dekens en schone lakens. De hutten worden ook prima schoon gehouden, al zou ik niet overal de keuken in durven kijken…  

Waar zat dan de charme in? Naast dat dit bovenstaande nog gewoon kan, vooral in de mensen. De jongere generatie (tot 40 jaar zo ongeveer) spreekt vaak best goed Engels. Nu vallen de huttenbazen meestal niet in deze categorie, maar toch lukt het om elkaar te begrijpen. De mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam. Hartelijk is misschien niet het goede woord, maar als jij staat rond te draaien met je lege waterfles, komt er geheid iemand naar je toe om je de waterbron te wijzen. (Ja, het drinkwater komt hier vaak buiten uit de bron, niet perse uit een kraan.)

Ook was ik zeer gecharmeerd door de douche-voorzieningen. De één heeft een zelfgemaakte waterslang met water uit het meer (brr), maar twee andere hutten hadden een zeer inventief systeem met op hout gestookte watervaten. Aan het eind van de middag werden die opgestookt en zo kon je toch warm douchen. Het werkte echt heel goed!

Zaslon Tevno - de hoogste en kleinste hut
4 persoons-"kamers", buiten bij de Hizha Pirin

Anecdote: Hoe reserveer je de hutten?

Even terug naar stap 1: de hutten reserveren. Het boeken was echt een ervaring op zich. De één spreekt Engels (als dochterlief aanwezig is), een ander Duits, sommige echt alleen Bulgaars (of Russisch) en weer een ander schijnt steeds buiten bereik te zijn. Emailadressen zijn er niet, laat staan reserveringssystemen. Het is back-to-basic, met de telefoon. Gelukkig zijn de huttenbazen bereid om hun nabuur-hut te bellen en zo is het dan toch goed gekomen.

Onze eerste hut was ook echt geweldig, maar een crime om mee in contact te komen. De Yavorovhut is nog één van de luxere hutten en na een paar keer bellen (Do you speak English, Deutsch, Français? – No, Rusc? – ehm.. no?..) hebben we ons hotel van de eerste nacht gevraagd te bellen. “Nee, ze zijn de hele maand augustus vol geboekt.” Hmm, dat is lastig, want we hebben die hut echt ‘nodig’ om de route niet te belastend te maken. Wij gingen het gewoon toch proberen en hadden een plan B voor het geval we weggestuurd zouden worden. Gelukkig mochten we blijven; “Hallo, do you speak English? Deutsch?” – “Rosalinde!!” – “Ehm, yes that’s me.” Na een heen-en-weer wijzend gebaar op zijn voorhoofd, wat ik geloof ik moest interpreteren als ‘jij bent echt heel koppig en je wist best dat ’t hier vol zat’, kregen we toch een prima kamer toegewezen en konden we aan tafel aanschuiven. Bij de Bulgaarse hutten bestel je aan het loket van de keuken en als het klaar is wordt de bestelling omgeroepen: “Rosalinde, soup is ready!” – “Rosalinde, fries”. Het hele terras (jazeker, er was een omroepspeaker buiten) wist mijn naam en in mijn tocht naar de keuken werd ik bijgestaan door gniffelende Bulgaren.

Een gedachte aan “Reisverslag: Pirin Nationaal Park – Bulgarije – augustus 2021

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.